|
Shopping in je stad: Welkom in Dendermonde!
Dendermonde is een kleinschalige Oost-Vlaamse stad aan de samenvloeiing van de Dender en de Schelde. Door haar gunstige ligging groeide de stad reeds in de middeleeuwen uit tot een belangrijk militair en economisch centrum. Als hoofdplaats van het gelijknamige administratieve en gerechtelijke arrondissement vervult Dendermonde vandaag een centrumfunctie op het gebied van administratie, rechtspraak, onderwijs, gezondheidszorg, winkelen en recreatie. In de oude stadskern rond de Grote Markt worden de historische monumenten (waarvan het belfort en het Sint-Alexiusbegijnhof beschermd zijn als werelderfgoed) afgewisseld met musea, standbeelden en een uitgebreid horeca-aanbod. Aan de stadsrand, verscholen in het groen, bevinden zich nog enkele goed bewaarde restanten van de vroegere vestingen (o.a. de gerestaureerde Brusselse en Mechelse Poort). Behalve de bezienswaardigheden in het stadscentrum vormen de wandel- en fietsmogelijkheden in de zeven deelgemeenten een belangrijke stimulans voor het dagtoerisme. De grootste naamsbekendheid geniet Dendermonde als de stad van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Om de tien jaar wordt deze sage kleurrijk uitgebeeld in een grote Ros Beiaardommegang. De middeleeuwse reuzenommegang 'Katuit', op de laatste donderdag van augustus, is een ander topevenement dat jaarlijks vele duizenden folkloreliefhebbers naar Dendermonde lokt. Zowel het Ros Beiaard als de drie historische gildereuzen Indiaan, Mars en Goliath zijn door Unesco erkend als werelderfgoed. Andere troeven op cultureel vlak zijn de Honky Tonk Jazz Club, het Jazz Centrum Vlaanderen en het Cultuurcentrum Belgica.
Geschiedenis
Waarschijnlijk gaf de samenloop van de Dender en de Schelde in de oudheid reeds aanleiding tot het oprichten van een tol en een burcht. De eerste met zekerheid bekende heer van Dendermonde was Reingot I (begin 11de eeuw); in die periode werd de stad ook voor het eerst ommuurd. In 1233 verkreeg de dynamische laken- en vestingstad van Robrecht van Bethune haar stadsrechten. Dendermonde kwam vervolgens in het bezit van de graven van Vlaanderen en hun opvolgers, de hertogen van Bourgondië. Uit die tijd dateren het Vleeshuis (nu museum), de lakenhal met belfort (nu Stadhuis) en de Onze-Lieve-Vrouwekerk (met belangrijke romaanse doopvont). Van de 16de tot de 18de eeuw kwam Dendermonde afwisselend onder het bewind van Spanje, Oostenrijk en Frankrijk. In 1800 kreeg Dendermonde een rechtbank van eerste aanleg. In datzelfde jaar kwam de huidige Koninklijke Academie voor Schone Kunsten tot stand, waaruit zich de zogenaamde 'Dendermondse Schildersschool' zich zou ontwikkelen. Tijdens de Hollandse periode (1815-1830) werd Dendermonde opnieuw verder opgebouwd als vestingstad. De economische bloei, die inzette tijdens de tweede helft van de 18de eeuw, kreeg een succesvol vervolg na de Belgische Onafhankelijkheid in 1830. Dendermonde kon prat gaan op zijn vroege spoorwegverbinding (met Gent en Mechelen), zijn Scheldehaven, lederindustrie, katoenfabrieken, olieslagerijen en brouwerijen. In de tweede helft van de 19de eeuw bloeide ook het culturele leven op. Dendermonde telde toen talrijke muziek-, toneel- en leesverenigingen, een openbare bibliotheek, een stadsarchief, een Oudheidkundig Museum, een stevig uitgebouwd scholennet enz. De kalme opbloei van de stad werd bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog brutaal verstoord. Tijdens de oorlog van 1914-1918 werd Dendermonde vrijwel totaal verwoest. De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte echter relatief weinig materiële schade. Daarna evolueerde Dendermonde steeds meer van een besloten industrie- en garnizoensstad naar een moderne kleinschalige centrumstad. De meest recente geschiedenis bracht twee fusies. In 1972 kwam de fusie met Appels en Sint-Gillis tot stand, in 1977 gevolgd door de tweede fusie, met Grembergen, Baasrode, Mespelare, Oudegem en Schoonaarde. Dendermonde is nu zo'n 5.510 ha groot en telt 43.000 inwoners.
|